Mensen met een beperking ondervinden vaak praktische problemen in de woning. Door de beperking kan het normale gebruik van de woning zoals het gebruik van bijvoorbeeld het toilet, de badkamer en/of de trap problemen opleveren.
In principe wordt in eerste instantie gekeken of de aanvrager kan verhuizen naar een aangepaste woning of eenvoudig aan te passen woning. Dan kan er een financiële tegemoetkoming worden verstrekt voor de verhuis- en herinrichtingskosten. Tenzij deze verhuizing op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie als algemeen gebruikelijk wordt gezien.
Indien verhuizing niet mogelijk is, zijn er allerlei voorzieningen en aanpassingen mogelijk die het de gehandicapte of oudere (weer) mogelijk maken zelfstandig te blijven wonen in de huidige woning. U kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld een aanpassing aan de toiletruimte, de doucheruimte, het plaatsen van een traplift, ophogen oprit en verwijderen van drempels. De gemeente geeft trapliften in bruikleen. Ook aanpassingen in de keuken en tilliften vallen onder deze vorm van voorzieningen. De losse woonvoorzieningen die door hulpmiddelenleverancier JenS revalidatie service als partner van de gemeente worden geleverd in eigendom zijn bijvoorbeeld een douche-, toiletstoel of een badplank.
Alle zelfstandig wonende inwoners van de IASZ-gemeenten (Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Heemstede), die ten gevolge van een gebrek, ziekte of stoornis beperkingen ondervinden bij activiteiten van het dagelijks leven. Voor het compenseren van de hierdoor ontstane belemmeringen kan een beroep op de Wmo worden gedaan.
Ouderen die in een verzorgingshuis wonen, kunnen ook in aanmerking voor vervoervoorzieningen.
Voor alle Wmo-woonvoorzieningen geldt dat sprake moet zijn van:
Om in aanmerking te kunnen komen, moet u een aanvraag indienen. U moet hierbij gebruik maken van het aanvraagformulier woonvoorzieningen (Wmo).
Dit formulier kunt u ook verkrijgen bij Loket Bloemendaal (onderdeel Stichting Welzijn Bloemendaal) in uw gemeente of bij de Intergemeentelijke afdeling sociale zaken.
Als uw aanvraagformulier is ontvangen, gaat de gemeente bepalen of u in aanmerking komt voor een voorziening. Hoe werkt het? Een medewerker van de gemeente stelt u – meestal telefonisch – vragen om zo te beoordelen wat uw beperkingen zijn en na te gaan waar u behoefte aan hebt. Soms kan het nodig zijn dat en medewerker bij u op huisbezoek komt. Ook kan het zijn dat er en advies gevraagd wordt aan de MO-Zaak. De verkregen informatie leidt tot een besluit over uw recht op een voorziening.
De tijd tussen de aanvraag en het besluit of u voor een bepaalde voorziening in aanmerking komt, bedraagt maximaal 8 weken. Het kan echter voorkomen dat deze termijn niet wordt gehaald, omdat er bijvoorbeeld informatie bij uw (huis)arts opgevraagd moet worden. In die gevallen krijgt u tijdig bericht van ons dat uw aanvraag niet binnen de 8 weken afgehandeld kan worden.
Neem dan contact op met de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken.
De gemeenten hebben hun beleid vastgelegd in een drietal belangrijke documenten. U vindt deze beleidsregels op de pagina Beleid en Verordeningen van het IASZ onder het kopje Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Voor alle vier gemeente van de IASZ zijn de documenten (vrijwel) gelijk.