Bijzondere bijstand is een vergoeding voor bijzondere noodzakelijke kosten die niet uit het inkomen of vermogen betaald kunnen worden.
Bijzondere bijstand is voor alle mensen met een laag inkomen en die weinig of geen eigen vermogen bezitten. Bijzondere bijstand is er dus niet alleen voor mensen met een bijstandsuitkering, maar voor iedereen met een inkomen op of rond het bijstandsniveau. Dus ook voor mensen met een laag salaris, een WAJONG-uitkering of een AOW-uitkering. Van jongeren tot 21 jaar wordt verwacht dat ze eerst een beroep doen op hun ouders (de zogenaamde onderhoudsplicht van ouders).
U kunt in de volgende situaties een beroep doen op de bijzondere bijstand:
Het gaat om kosten waarvoor geen of onvoldoende voorliggende voorziening is, tenzij deze kosten bewust door de voorliggende voorziening niet worden vergoed, omdat deze als niet noodzakelijk worden beschouwd.
Voorbeelden hiervan zijn:
Sommige van bovengenoemde kosten worden door de aanvullende zorgverzekering (vrijwel) volledig vergoed. In dat geval kunt u daarvoor geen bijzondere bijstand krijgen. Van u wordt wel verwacht dat u zich verantwoord aanvullend verzekert bij uw Zorgverzekeraar. Onder verantwoord wordt in elk geval verstaan de Beter af plus polis 3 sterren en de Beter af tandarts polis 2 sterren. Als u niet bij het Zilveren Kruis verzekerd bent op basis van de collectieviteits verzekering, wordt van u verwacht dat u een aanvullende verzekering heeft met een dekking die ongeveer overeenkomt met de hiervoor genoemde verzekeringen.
Voor algemeen gebruikelijke kosten kan, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden, geen bijzondere bijstand worden verstrekt. Algemeen gebruikelijke kosten zijn kosten die vrijwel iedereen wel eens maakt. Bijvoorbeeld de vervanging van een koelkast, wasmachine en dergelijke, maar ook een verhuizing. U dient hiervoor vooraf geld te reserveren of hiervoor een lening af te sluiten.
In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Wat bijzondere omstandigheden zijn is moeilijk te omschrijven. Dit wordt per individueel geval beoordeeld. Het aangewezen zijn op een minimumuitkering is op zich geen bijzondere omstandigheid.
Als er, op grond van bijzondere omstandigheden, bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verstrekt, gebeurd dit in de vorm van leenbijstand. Dit betekent dat u deze bijstand terug moet betalen in maandelijkse termijnen.
In bepaalde gevallen kunt u van de IASZ een woonkostentoeslag (een bijdrage in de huur of hypotheekrente) ontvangen. Dit kan als u door omstandigheden aangewezen raakt op een veel lager inkomen dan voorheen en een huurwoning bewoont waarvan de huur boven de huurtoeslag grens ligt. Een woonkostentoeslag is bij terugval in inkomen soms ook mogelijk als u een koopwoning bewoont. De draagkracht bedraagt in dat geval alle inkomsten boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
De volgende kosten worden in ieder geval als niet noodzakelijk beschouwd:
Aan de hand van uw inkomen wordt door de IASZ een berekening gemaakt of de door u aangevraagde kosten (gedeeltelijk) door u zelf betaald kunnen worden. Dit noemen we draagkracht. De draagkracht wordt per jaar berekend. Als u een inkomen heeft tot 110 % van de bijstandsnorm is de draagkracht € 0. Van het inkomen boven 110 % van de bijstandsnorm wordt 40 % als draagkracht genomen. Al het vermogen meer dan het bescheiden vrij te laten vermogen behoort tot de draagkracht.
Als u ‘bijzonder noodzakelijke kosten’ hebt (dit zijn kosten die bijzonder zijn/niet iedereen heeft deze kosten, bijvoorbeeld de kosten voor bewindvoering) zijn bovenstaande regels van toepassing.
Als u ‘algemeen noodzakelijke kosten’ hebt (iedereen heeft deze kosten, bijvoorbeeld vervanging van meubels, een wasmachine, kosten voor een babyuitzet of verhuiskosten enz.) zijn onderstaande regels van toepassing:
Per 1 januari 2011 is de vermogensvrijlating voor algemeen noodzakelijke kosten vastgesteld op € 2.000. Dit betekent dat als het saldo van uw vermogen (spaar-, bank- of girorekeningen en overige bezittingen) hoger is dan € 2.000 u eerst het meerdere moet gebruiken voor de aanschaf van bovengenoemde kosten.
De draagkracht in uw inkomen voor algemeen noodzakelijke kosten is vastgesteld op al het meerdere boven de bijstandsnorm die voor u geldt. En zo lang u voldoende ‘draagkracht’ heeft krijgt u geen bijzondere bijstand.