Bouwplannen en boomverzorging

Bouwplannen en boomverzorging

Hieronder een aantal belangrijke geboden voor het bouwen in een boomrijke omgeving. Goed en verstandig om rekening mee te houden bij (ver) bouwwerkzaamheden.

De tien geboden (bron: de Bomenstichting):

1. Blijf onder de kroon vandaan

Voertuigen, machines, keten, containers, materiaalopslag, morsen en voorwerpen van giftige vloeistoffen en verbranden van afval; dit alles brengt de boom in gevaar. De grond wordt er door samengeperst of met olie of andere chemische stoffen bevuild, de wortels worden verscheurd, verstikt, vergiftigd of geschroeid. Ook kunnen stam en takken beschadigd worden. Concreet dient men bij de verkaveling minimaal 1 meter van de kroon te blijven;

2. Zet een hek om de boom

Een stevige afrastering of een flink hoog hek, liefst al zetten voor het werk begint, geeft een goede bescherming. Om voldoende wortels buiten gevaar te hebben en te houden, moet dat hek minstens zo ver van de stam staan als de kroon breed is of op ten minste acht maal de stamdikte;

3. Beschouw een boom niet als paal

Het spannen van kabels aan de stam en taken, of het vastspijkeren van latten geeft weinig zichtbare, maar ernstige beschadigingen van bast en hout en van de groeilaag. Ook kunnen ziekten en schadelijke insecten erdoor binnenkomen. Zoek of maak dus andere steunpunten;

4. Leg rijplaten over de wortels

Wanneer het onvermijdelijk is dat over de boomwortels gereden zal worden, kunnen rijplaten een zekere bescherming bieden. Ook buiten het bouwhek kan dit onnodige vernieling van de wortels voorkomen. Een dikke laag grof zand of grind onder de rijplaten versterkt de beveiliging;

5. Verstoor de bovengrond niet

In de bovenste decimeters vindt een boom het meeste voedsel. Door het afgraven gaat de rijkste grond met alles wat er in leeft, en dus ook een groot deel van de fijne wortels, verloren. Moet het maaiveld omlaag, laat dan de boom op een eiland staan, zonodig met een versterkte rand eromheen;

6. Laat de wortels niet stikken

Een geringe verhoging van het terrein en zelfs het voor korte tijd opslaan van grond onder een boom kunnen tot gevolg hebben dat de wortels onvoldoende zuurstof krijgen. Hoe minder waterdoorlatend de grond is, hoe groter het gevaar. Moet het maaiveld omhoog, laat dan de boom in een kuil staan, mits die goed kan afwateren;

7. Laat de wortels niet verdrinken

Een verhoging van de grondwaterstand heeft tot gevolg dat de diepste wortels door zuurstofgebrek dood kunnen gaan. Dat betekent op zichzelf al verlies, maar de dode stompen gaan bovendien inrotten en dat kan tot in de stam voortgaan. Nabij de boom moet het hoge water worden tegengehouden of weggepompt;

8. Laat de wortels niet verdrogen

Een plotselinge verlaging van het grondwater, vooral in het voorjaar en de zomer, kan wortels doen verdrogen omdat ze niet snel genoeg achter het water aan kunnen groeien. Het water moet dus nabij de boom worden tegengehouden of aangevuld. Bij bronbemaling dient een retourbemaling met zuurstof oppervlaktewater te worden uitgevoerd;

9. Leg geen dichte verharding bij wortels

Vooral onder beton en asfalt ontstaat tekort aan lucht en vocht. Gebruik van een verharding met openingen is minder schadelijk. Omdat bij verharden meestal afgraving en ophoging plaatsvinden, is het beter, geen wegen dicht bij bomen te leggen;

10. Geef wonden een goede verzorging

Op plaatsen waar de bast of het hout van takken, stam of wortels beschadigd is, moeten de wonden spoedig en deskundig worden verzorgd. Glad afwerken en bijsnijden van het wondoppervlak versnelt het overgroeien. Een wondafdekmiddel met fungicide kan uitdroging, infecties en insectenschade voorkomen.

 
Logo Drempelvrij