2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid
- Inspraakverslag
Procedure
In het kader van de inspraak over het voorontwerp-bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld, 1e herziening heeft het plan vanaf 19 september 2003 gedurende vier weken ter inzage gelegen. Er is 1 inspraakreactie ontvangen. Deze is hieronder samengevat en van commentaar voorzien.
- Inspraakreactie
Er is een inspraakreactie ingediend door :
De heer en mevrouw van Oppen-Arends, Merellaan 16, 2111 GL Aerdenhout.
De inspraakreactie is als volgt samen te vatten:
1. De toevoeging zoals omschreven in het voorontwerp-bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld, 1e herziening kan niet de bedoeling zijn geweest van de gemeenteraad. Er is een contradictie tussen intenties, de juridische formulering in de voorschriften en de invulling op de plankaart;
2. De gevolgen van de voorgestelde toevoeging in de voorschriften zijn desastreus. Verzocht wordt een maximale bouwhoogte op te nemen, zodat er geen extra verdieping gerealiseerd kan worden waarop een vergunningsvrije dakkapel geplaatst kan worden;
3. Weinig huizen in het gebied hebben een eerste bouwlaag die hoger is dan drie meter. Logisch is dan dat voor alle woningen kan gelden dat de goot/bouwhoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag mag bedragen en niet alleen voor vrijstaande en twee aaneen gebouwde woningen. Het pijpenlade-effect wordt al voorkomen door een maximale diepte van de aanbouw, geregeld in lid a. van het betreffende voorschrift;
4. De huidige redactie van de voorschriften past bij toezeggingen destijds dat het gebied in de huidige situatie gehandhaafd blijft. Een ander uitgangspunt zou moeten blijken uit de toelichting van het bestemmingsplan;
5. De plankaart dient te worden aangepast, zodanig dat bouwen tot op de perceelsgrens niet meer mogelijk is. Afstanden tot de perceelsgrens dragen bij aan het in stand houden van de groenstroken en privacy;
6. Verzocht wordt te overwegen of deze herziening moet worden voortgezet aangezien het gaat om een recent bestemmingsplan;
7. Verzocht wordt de voorschriften en plankaart met elkaar in harmonie te brengen met de visie en intentie van de gemeenteraad bij vaststelling van het plan, dat wil zeggen zonder toevoeging zoals voorgesteld en redactie diverse artikelen aanpassen, en afstanden tot de erfgrens opnemen op de plankaart.
8. Verzocht wordt mondeling ingediende inspraakreacties schriftelijk vast te leggen en door de burger te laten ondertekenen;
9. Tot slot wordt verwezen naar de Welstandsnota en de toelichting in het bestemmingsplan.
- Beantwoording van de inspraakreactie
Ad 1.
In het voorontwerp-bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld was een regeling opgenomen die het voor alle woningen mogelijk maakte een aanbouw te realiseren met een goothoogte van 3 meter, zonder maximale bouwhoogte. Naar aanleiding van besluitvorming destijds in de gemeenteraad met betrekking tot bestemmingsplan De Meierij heeft het college d.d. 16 juli 1996 besloten de regeling in het bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld aan te passen (zie bijlagen). Ten behoeve van toetreding van licht en lucht zijn bij aaneengebouwde woningen aanbouwen aan de achtergevel beperkt tot een diepte van maximaal 2.50 meter een bouwhoogte van ten hoogste drie meter. Bij vrijstaande en twee aaneen gebouwde woningen treedt dit effect niet op. Om die reden hadden deze woningen uitgesloten moeten worden van deze beperking. Tegelijkertijd is besloten om voor de vrijstaande en twee aaneen gebouwde woningen de goothoogte te maximeren tot de hoogte van de eerste bouwlaag, omdat het veel voorkomt dat bij oude panden de eerste bouwlaag hoger is
dan drie meter. Bij de redactie van dit besluit in de voorschriften is echter een onvolkomenheid opgetreden. In lid 3 sub b. hadden de vrijstaand en twee aaneen gebouwde woningen uitgesloten moeten worden van de genoemde beperking. Deze was immers bedoeld ter voorkoming van een pijpenlade effect bij de aaneengebouwde woningen. Vermoedelijk is gedacht dat de uitzondering niet nodig was omdat in sub c. is opgenomen dat de goothoogte van aanbouwen maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag mag bedragen.
Uit niets blijkt dat het college en de gemeenteraad een andere bedoeling hebben gehad dan zoals hierboven omschreven. Ook uit het verslag van de raadsvergadering d.d. 19 december 1996 komt geen andere intentie naar voren. Aangenomen kan worden dat de toevoeging aan de voorschriften voor de bestemming Erf, zoals omschreven in het voorontwerp-bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld, 1e herziening destijds de intentie is geweeste en daarom gerechtvaardigd is.
Ad 2.
Bij aanbouwen aan vrijstaande en twee aaneen gebouwde woningen kan boven de goot een schuine kap gerealiseerd worden. In de praktijk blijkt het doorgaans om een ondergeschikte toevoeging te gaan. Van een extra verdieping boven de goot kan geen sprake zijn. Transparantie, zicht op het groen en privacy komen daardoor niet in het geding.
Alle bouwplannen worden voor advies voorgelegd aan de Commissie voor Welstand en Monumenten. Deze commissie beoordeelt of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De Welstandsnota vormt hierbij de leidraad. Indien de commissie een negatief advies uitbrengt wordt de bouwvergunning in principe geweigerd. Welstandstoezicht is vooral gericht op wat zichtbaar is vanaf de openbare ruimte. Bij aanbouwen zal de Commissie tevens letten op afstemming op het hoofdgebouw. Excessen op dat gebied zijn dan ook niet te verwachten.
Voor wat betreft het plaatsen van een dakkapel op de aanbouw kan het volgende worden opgemerkt. Indien het gaat om een aanbouw aan de achterzijde van de woning met een schuine kap, kan niet of nauwelijks worden voldaan aan de voorwaarden voor het vergunningsvrij plaatsen van een dakkapel. Aangezien de ruimte onder een dergelijke kap beperkt is, lijkt een dergelijke dakkapel ook niet realistisch. Indien een aanbouw aan de zijgevel wordt gerealiseerd met een schuine kap behoort het vergunningsvrij plaatsen van een dakkapel wel tot de mogelijkheden. Dit wordt echter niet als bezwaarlijk beschouwd. Aangezien de dakkapel in dat geval naar achteren gericht is, is privacy van belendende percelen niet in het geding.
Ad 3.
Voor aanbouwen aan aaneengebouwde woningen is een bouwhoogte van maximaal 3.00 meter
opgenomen, onafhankelijk of een bouwlaag hoger dan drie meter wel of niet vaak voorkomt. Voor deze maximering is bewust gekozen in verband met de eerder genoemde toetreding van licht en lucht. Tevens wordt hiermee enige uniformiteit in de aanbouwen bij aaneengebouwde woningen gegarandeerd.
Ad 4.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder ad 1.
Opgemerkt wordt dat de huidige voorschriften in lid 3 onder b. en c. met elkaar in strijd zijn. Het is wenselijk deze onvolkomenheid te herstellen conform de intentie. Overigens zijn bouwplannen getoetst aan voorschriften waarin de betreffende toevoeging was opgenomen. Dit heeft in de praktijk niet tot ongewenste effecten geleid.
Het bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld is een conserverend plan, zonder nieuwbouwmogelijkheden. Er zijn aan woonbebouwing gelieerde bestemmingen opgenomen, waarbij het aantal m² erfbebouwing aan een maximum is gebonden. Dat betekent dat een situatie waarin het erf volledig bebouwd wordt niet zal voorkomen.
Ad 5. en 7.
Een dergelijke aanpassing van het bestemmingsplan valt buiten het kader van deze herziening. Een
afweging daarover zal op dit moment niet plaatsvinden.
Ad 6.
Aangezien het gaat om een recent bestemmingsplan is het juist wenselijk deze onvolkomenheid te herstellen
middels voorliggende herziening. Het bestemmingsplan dient immers nog een aantal jaren te functioneren.
Op deze manier kan het voeren van artikel 19 vrijstellingsprocedures voorkomen worden.
Ad 8.
De werkwijze zoals omschreven in de inspraakreactie is reeds praktijk. Indien een burger mondeling wil reageren in het kader van een vrijstellings- of bestemmingsplanprocedure wordt dit schriftelijk vastgelegd en ondertekend door de betreffende persoon.
Ad 9.
Zie beantwoording onder ad 2.
- Conclusie
De ingediende inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het voorontwerp-bestemmingsplan Aerdenhout-Bentveld, 1e herziening.