Een bodemonderzoek vrijstelling is een vrijstelling voor de uitvoering van bodemonderzoek in het kader van een aanvraag van een bouwvergunning.
In verband met het bestaan van risico voor de gezondheid van mens en dier mag een bouwwerk bestemd voor (voortdurend) gebruik door mens of dier niet gebouwd of verbouwd worden op verontreinigende grond. Om dit risico uit te kunnen sluiten, dient in het kader van een aanvraag van een bouwvergunning een onderzoek uitgevoerd te worden naar bodemverontreiniging. In een aantal gevallen kan vrijstelling worden verleend voor de uitvoering van een dergelijk onderzoek (zie onder wetten en regels).
In de Bouwverordening zijn de voorwaarden opgenomen op grond waarvan vrijstelling voor het bodemonderzoek verleend kan worden.
De bodemonderzoek vrijstelling is van toepassing op:
Artikel 2.4.1 bouwverordening verbod tot bouwen op verontreinigde grond
Een vergunningplichtig bouwwerk waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, mag niet gebouwd worden op zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers.
Dit verbod is niet van toepassing op een bouwwerk dat ongeacht zijn bestemming:
1 hoewel vergunningplichtig, naar aard en omvang gelijk te stellen is met een meldingplichtig bouwwerk, of
2 de grond niet raakt en waarbij het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd.
Artikel 2.1.5, lid 3 en 4 bouwverordening
3 Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk vrijstelling van het in het eerste lid bepaalde indien voor de toepassing van artikel 2.4.1 bij de gemeente reeds bruikbare onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
4 Burgemeester en wethouders kunnen gedeeltelijk vrijstelling verlenen van het in het eerste lid bepaalde voor een bouwwerk
a met een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte van ten hoogste 50 m2;
b met een beperkte instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Woningwet; indien uit het in NEN 5740, uitgave 1999, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN-5740, uitgave 1999 niet rechtvaardigen.
In alle andere gevallen is het wel noodzakelijk om een bodemonderzoek te laten verrichten. Ook wanneer een bouwplan voldoet aan het bovenstaande, maar er bijvoorbeeld vanuit de historie sprake is van een verdachte locatie dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
Wat is er meer?
Bouwvergunning
Meer informatie kunt u verkrijgen bij het team Ruimtelijke Ordening