Speelautomaten vergunning

Wet op de Kansspelen

Een gokautomaat (of kansspelautomaat) is evenals een behendigheidsautomaat een speelautomaat waarvoor u een vergunning nodig heeft om deze te kunnen exploiteren. Bij de vergunningverlening wordt onderscheid gemaakt tussen een hoogdrempelige inrichting (cafιs en restaurants) en laagdrempelige inrichtingen (snackbars en kantines). Hoogdrempelige inrichtingen mogen twee speelautomaten exploiteren (waarvan maximaal 2 kansspelautomaten). Laagdrempelige inrichtingen mogen maximaal twee behendigheidsautomaten exploiteren (dus geen kansspelautomaat). Behendigheidsautomaten keren geen geld uit, maar kennen uitsluitend vrije spellen toe als prijs (flipperkast, videospel). Kansspelautomaten keren geld uit (eenarmige bandiet).

Hoogdrempelige inrichting
Er is sprake van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf wordt uitgeoefend.

Het cafι- en restaurantbezoek staat op zichzelf en er vinden geen andere activiteiten plaats waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend (Indien er in een inrichting nog andere activiteiten plaatsvinden die een zelfstandige stroom bezoekers trekken, kan de inrichting niet als hoogdrempelig worden gekwalificeerd).

De cafι- en restaurantactiviteiten zijn in belangrijke mate gericht op personen van 18 jaar en ouder.

Laagdrempelige inrichting
Alle horeca- inrichtingen die geen hoogdrempelige inrichting zijn.

Er is sprake van een horecagelegenheid die men niet in de eerste plaats bezoekt voor het nuttigen van alcohol of een driecomponentenmaaltijd.

Een inrichting waarin horeca- activiteiten worden verricht en waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap Horeca.

Gebouwen die niets met horeca te maken hebben kunnen dus geen laagdrempelige inrichting in de zin van de Wet op de Kansspelen zijn.

Samengestelde inrichting
Er is sprake van een laagdrempelige inrichting waarbinnen zich een hoogdrempelige horecalokaliteit bevindt, waarin wel kansspelautomaten zijn toegestaan.

Een horecalokaliteit is gedefinieerd in artikel 1 van de Drank- en Horecawet. Het moet gaan om van een afsluitbare toegang voorziene besloten ruimte. Dit betekent dat het echt een aparte ruimte moet zijn, met een deur erin, die dicht kan.

Het moet gaan om een ruimte die bedoeld is voor het verstrekken van alcoholhoudende drank, voor gebruik ter plaatse. Het moet dus gaan om een restaurant of cafιruimte. (entreeruimte, ruimte voor toiletten of apart hokje waarin een kansspelautomaat zou worden geplaatst voldoet daar dus niet aan).

De overige ruimten in de inrichting mogen door het publiek uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze lokaliteit te betreden. (wanneer een cafι naast een snackbar zit met ieder een eigen ingang en een tussendeur is geen sprake van een samengestelde inrichting maar van een laagdrempelige. Indien alleen de snackbar een ingang naar buiten heeft en het cafι niet (je kunt alleen van laag naar hoog en niet andersom) is sprake van een samengestelde inrichting).