De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) is van toepassing als een bijzondere wet geen speciale openbaarheidsregeling bevat. Voorbeelden van wetten waarin dat wèl het geval is, zijn de Onteigeningswet en de Archiefwet.
De WOB werkt ook aanvullend, nl. als de bijzondere wet geen uitputtende regeling geeft.
De hoofdregel is : alle informatie is openbaar, tenzij..
-Iedereen kan een verzoek om informatie doen bij burgemeester en wethouders.
-Dat kan zowel mondeling als schriftelijk (tel. 023-5225574 of postbus 201, 2050 AE Overveen of e-mail: gemeente@bloemendaal.nl).
-De verzoeker moet de het concrete onderwerp of het concrtete document vermelden.
-De verzoeker hoeft zijn verzoek niet te motiveren.
-De verzoeker hoeft zijn persoonlijk belang niet aan te tonen.
-De verzoeker hoeft niet aan te tonen dat het algemeen belang gediend is met openbaarmaking van de informatie.
-Er moet sprake zijn van een document : een schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat (dus ook geluidsbanden, diskettes, videobanden, foto’s etc.). Mondeling beschikbare informatie valt niet onder de WOB.
-Alle bij een bestuursorgaan (b. en w., burgemeester, raad; lees : de gemeente) berustende informatie valt onder de WOB. Het maakt daarbij niet uit of de gemeente die informatie heeft opgesteld of dat die van een derde afkomstig is (bijv. brieven van burgers en ontvangen adviezen).
-Het gaat dus om alle informatie die bij de gemeente aanwezig is, tenzij de documenten toevallig en onbedoeld bij de gemeente terecht zijn gekomen.
-Hoe de informatie bij de gemeente terechtgekomen is, doet er niet toe, evenmin of de gemeente verantwoordelijk is voor het document of de kwestie waarover het gaat.
-Als een verzoek te algemeen geformuleerd is, moet de verzoeker zijn verzoek preciseren (een ambtenaar kan u daarbij helpen).
-Berust de informatie elders, dan moet de gemeente daarnaar verwijzen. Als het een schriftelijk verzoek is, moet de gemeente dat doorsturen.
-Het moet gaan om een bestuurlijke aangelegenheid : het moet dus gaan over het beleid van een bestuursorgaan, inclusief de voorbereiding en uitvoering daarvan.
-Het begrip bestuurlijke aangelegenheid is een ruim begrip. De gemeente moet snel aannemen dat de gevraagde informatie gaat over een bestuurlijke aangelegenheid.
Ook informatie over gedragingen van ambtenaren en bestuurders bijvoorbeeld betreft volgens de jurisprudentie een bestuurlijke aangelegenheid, omdat het daarbij gaat om de goede gang van zaken binnen de gemeente. Zelfs gegevensbestanden die gerelateerd kunnen worden aan bepaalde bestuurlijke taken, vallen onder de WOB (bijv. topografische gegevens t.b.v. het maken van een bestemmingsplan. Niet : informatie over een concrete functiewaardering van een ambtenaar).
-Alle informatie is volgens de WOB openbaar, tenzij…
-Dat “tenzij” wordt onderscheiden in absolute en relatieve uitzonderingen
-Geldt een uitzondering dan is de gemeente verplicht de informatie te weigeren.
-Geldt zo’n uitzondering niet, dan is de gemeente verplicht de informatie te verstrekken.
Het verstrekken van informatie blijft altijd achterwege :
-als de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen komen
-als de veiligheid van de Staat zou kunnen worden geschaad (net als de vorige uitzonderingsgrond voor een gemeente zelden of nooit van toepassing)
-als het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die de gemeente vertrouwelijk heeft ontvangen
-als het gaat om bepaalde persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens.
Het verstrekken van informatie is hierbij afhankelijk van een belangenafweging. Het algemeen belang van informatieverstrekking (waar de WOB van uit gaat) moet de gemeente hierbij afwegen tegen de hieronder genoemde belangen (let op : het persoonlijk belang van de verzoeker hoeft hij niet aan te tonen en dat mag dus ook geen rol spelen bij de belangenafweging):
-de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties (voor een gemeente niet snel van toepassing)
-de economische belangen van de gemeente (bij lopende onderhandelingen bijv.)
-de opsporing en vervolging van strafbare feiten
-inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen
-de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (bij bestuurders en ambtenaren prevaleert het algemeen belang van de openbaarheid meestal boven deze privacybepaling)
-het belang van een geadresseerde om als eerste kennis te nemen van de informatie (in dit geval kan de informatie wel onder embargo naar de pers)
-het voorkómen van onevenredige bevoordeling of benadeling van de bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden (deze uitzondering mag de gemeente niet aangrijpen om te voorkómen dat de gemeentelijke vuile was buiten komt te hangen; evenmin mag informatie achterwege blijven omdat die een ongunstig licht zou werpen op het gevoerde beleid dan wel uit vrees voor te weinig steun of verkeerde beeldvorming)
Let op : voor milieu-informatie gelden aparte regels. Raadpleeg artikel 10 WOB.
-Ook documenten ten behoeve van intern beraad zijn in principe openbaar, al denken velen van niet.
-De gemeente behoeft echter geen informatie te verstrekken (en kan dus het correctiekwastje hanteren) over in het document opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Daaronder verstaat de WOB : een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van één of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe aangevoerde argumenten.
-Althans : indien mogelijk kun de gemeente de informatie wel anonimiseren; dat hoeft niet als de betrokken adviseur instemt met volledige informatieverstrekking.
-Het gaat dus niet om feiten : die vallen niet onder persoonlijke beleidsopvattingen.
-De gemeente moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, beslissen en moet de gevraagde informatie binnen vier weken leveren.
-De termijn van vier weken kan in beide gevallen met ten hoogste vier weken worden verlengd.
-Vóór het aflopen van de eerste termijn moet de gemeente schriftelijk en gemotiveerd aangeven waarom verdaging nodig is.
-De beslissing kan zowel mondeling als schriftelijk worden genomen als die positief is.
-Negatieve beslissingen op schriftelijke verzoeken moeten schriftelijk gebeuren; negatieve beslissingen op mondelinge verzoeken moeten schriftelijk plaatsvinden indien de verzoeker daarom vraagt. De gemeente moet hem op die mogelijkheid wijzen, want hij kan alleen tegen een schriftelijk besluit (Awb-)bezwaar maken.
-Uit de motivering van een afwijzing door de gemeente behoeft natuurlijk geen informatie te blijken die nu juist geheim moet blijven.
-De gemeente moet van geval tot geval beslissen. Op voorhand bepaalde categorieën uitsluiten, mag niet.
-Bij toepassing van een absolute weigeringsgrond behoeft de gemeente minder goed te motiveren dan bij een relatieve weigeringsgrond. Bij die laatste moet de gemeente immers een goede belangenafweging aantonen.
-De gemeente moet rekening houden met de voorkeur van de verzoeker. Die heeft het in principe voor het zeggen, tenzij :
a. het verstrekken van de informatie in die vorm redelijkerwijs niet gevergd kan worden
b. de informatie al in een andere vorm voor het publiek beschikbaar is (staat bijv. al op de website).
-Informatie kun de gemeente verstrekken :
a. door verstrekking van een kopie of de letterlijke inhoud in andere vorm (via e-mail bijv.)
b. door inzage te verlenen
c. door een uittreksel of samenvatting te verstrekken
d. mondeling
Nadere inlichtingen kunt u krijgen bij de heer H. Foppe, tel. 023 5225577.