direct naar inhoud van Artikel 10 Natuur - 1
Plan: Aerdenhout 2011
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0377.AE2011-vo01

Artikel 10 Natuur - 1

10.1 Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen

De voor Natuur - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden;
  • b. het behoud en herstel van landschappelijke tuinen.
10.2 Bouwregels
10.2.1 Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 10.1.1 bedoelde gronden geldt dat:

  • a. er uitsluitend één berging per woonperceel mag worden gebouwd ten behoeve van terreinonderhoud, waarbij:
    • 1. de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 10 m2;
    • 2. de goothoogte niet meer dan 2,25 m mag bedragen.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van de in lid 10.1.1 bedoelde gronden geldt dat:

  • a. de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 1,50 m.
10.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de plaatsing van een erfafscheiding, met dien verstande, dat kan worden geëist, dat de erfafscheiding op een afstand van ten hoogste 1 m uit de perceelsgrens wordt geplaatst.

10.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 10.2.2 onder a ten behoeve van de bouw van een erfafscheiding behalve aan de naar de weg gekeerde zijde, met een bouwhoogte van ten hoogste 1,80 m, met dien verstande, dat de bebouwingskarakteristiek van de omgeving niet wordt geschaad.

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.5.1 Verboden

Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 10.1.1 werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders:

  • a. het verrichten van exploratie en exploratieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen;
  • b. het aanleggen of verharden van wegen, paden, tennisbanen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de grond, voor zover de Ontgrondingenwet en de daarop daarop gebaseerde verordeningen niet van toepassing zijn;
  • d. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen of aanlegplaatsen;
  • e. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds bestaande taluds;
  • f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen;
  • g. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • h. het vellen rooien of beschadigen van houtgewas voor zover de Boswet of de Algemene Plaatselijke Verordening niet van toepassing zijn;
  • i. het bemalen of draineren van de grond, alsmede het winnen, toevoeren, afdammen of stuwen van water;
  • j. het aanleggen van inrichtingen ten behoeve van aan de bestemming ondergeschikte recreatieve voorzieningen.

10.5.2 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 10.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond.
  • c. reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het in werking treden van het plan;
  • d. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een al eerder verleende vergunning.

10.5.3 Toelaatbaarheid

Een vergunning als bedoeld in lid 10.5.1 wordt uitsluitend verleend indien en voor zover deze geen onevenredige schade toebrengen aan de landschappelijke en natuurlijke waarden van deze gronden.

10.5.4 Advies

Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 10.5.1 advies in bij een ter zake deskundige.